Hoe werkt de fax?

 

Een fax ziet er aan de buitenkant misschien eenvoudig uit, maar is dit van binnen zeker niet. Het originele document wordt eerst met lichtgevoelige cellen afgetast. Een microcomputer in de fax verwerkt en codeert de informatie. Het coderen zorgt er voor dat de hoeveelheid informatie sterk wordt verminderd. Dit geldt vooral voor de witte gedeelten van een document. De gecodeerde digitale informatie kan niet rechtstreeks over een telefoonlijn worden verzonden. Daarom bevat de fax een modem, dat van de digitale informatie een analoog signaal maakt dat over een telefoonlijn wordt verstuurd. Aan de ontvangstzijde wordt het analoge signaal door het modem weer omgezet in digitale informatie. Hiermee reconstrueert de fax het oorspronkelijke beeld dat vervolgens wordt afgedrukt.

Voor het verzenden van het document begint, probeert het modem contact te maken met het modem van de andere kant. Er wordt informatie uitgewisseld en er vindt overleg plaats over de maximaal toepasbare snelheid van verzenden. Dit staat bekend als de hand-shake. Als de kwaliteit van de telefoonlijn niet goed is, kan de informatie immers verminkt overkomen. Als alle documenten zijn verzonden, volgt automatisch een korte procedure voor het beëindigen van de overdracht en de bevestiging van de ontvangst. Daarna wordt de verbinding verbroken.

De kopie wordt meestal op thermisch papier gemaakt. Lijn voor lijn wordt het beeld opgebouwd. Elke lijn bevat 1728 elementen, de zogenaamde 'pels', elke pagina op A4 formaat 1145 lijnen. Op de plaats waar het papier zwart moet kleuren, wordt het verhit tot driehonderd graden. Faxen die thermisch papier gebruiken zijn het goedkoopst. Nadelen zijn dat het beeld vervaagt, het papier hinderlijk krult en moeilijk beschrijfbaar is. Bovendien voelt het papier niet prettig aan. De gewone papier fax, de zogenaamde 'plain paper fax', rekent met deze nadelen af. Plain paper faxen werken meestal met het principe van een laser- of inktjetprinter.