Trekschuiten
Trekschuit, aquatint C.C. Fuchs, ca. 1810
Gedurende lange tijd beschikt de post voor het vervoer van brieven niet over eigen vervoermiddelen. Het postvervoer wordt uitbesteed aan particuliere vervoersbedrijven. Dit zijn beurtvaartondernemingen of postwagendiensten. De trekschuit is tot ver in de 19de eeuw het belangrijkste middel van openbaar vervoer.
Op een aantal trajecten sluiten postmeesters contracten af met de beurtvaart-ondernemingen voor het vervoer van brieven in gesloten zakken. Sommige schippers beschikken over een concessie (vergunning) om behalve passagiers ook kleine goederen en brieven te vervoeren op een vaste route en vaste tijden. De diverse schippers varen om de beurt.
Alle voorschriften en tarieven worden door de lokale overheid bepaald en vastgelegd in zogenaamde 'ordonnantiën'. De brieven die met een trekschuit zijn verzonden, zijn te herkennen aan de vermelding op de brief met welke schuit en op welk uur de brief moet worden verzonden.
Ondernemingslust
In de loop van de 17e eeuw bloeien handel en nijverheid op en er is sprake van een grote ondernemingslust. Er ontstaat behoefte aan betere vervoersmogelijkheden. De overheid kiest voor het vervoer over water met trekschuiten.
In enige tientallen jaren komt in het midden van de 17e eeuw een uitgebreid net van trekvaarten tot stand. Hiervoor moet veel werk worden verzet. Vaarten worden gegra-ven, jaagpaden aangelegd en sluizen gebouwd. Een project dat wat omvang en kosten betreft vergelijkbaar is met de aanleg van onze moderne wegen.
In 1648 wordt in Leidschendam een dam doorgebroken en een sluis gebouwd om de trekvaartdienst Leiden - Den Haag mogelijk te maken. Deze sluis wordt eind 19e eeuw vervangen door een grotere, die nog steeds bestaat. Het Museum voor Communicatie bezit een zilveren penning die geslagen is ter gelegenheid van de opening van de trekvaart Haarlem-Leiden in 1657.
Gerieflijker
De beurtvaartdiensten zijn gebonden aan vaste dienstregelingen. Ze kunnen goed concurreren met de postwagendiensten. Het varen met een schuit is namelijk veel gerieflijker dan het rijden in een ongeveerde wagen over onbestrate wegen, vol kuilen en hobbels! Het reizen met de trekschuit gaat - ook voor die tijd - tamelijk snel. De tocht van Leiden naar Amsterdam (via Haarlem) duurt overdag zeven, 's nachts negen uur.
Paard
De trekschuit wordt getrokken door een paard of ook wel door de schipper of een familielid. Dit paard wordt bereden door een 'jager'. Het paard is met een lijn verbonden aan de trekmast van de schuit. Terwijl de schipper aan het roer staat, leidt de jager het paard over het smalle jaagpad. In elk jaargetijde, bij dag en bij nacht. Het is geen gemakkelijke job!
Hoogtepunt
Het hoogtepunt in de ontwikkeling van het trekschuitvervoer valt in het begin van de 19de eeuw. Uit Amsterdam vertrekken per dag ongeveer honderd trekschuiten in allerlei richtingen. Tussen Leiden en Den Haag bestaat een geregelde uurdienst.
Nadat in 1817 over het gehele land een net van dagelijkse postritten wordt ingevoerd, loopt de verzending van brieven per trekschuit terug. Geleidelijk aan komt een einde aan deze vorm van postvervoer.
Als in de tweede helft van de 19de eeuw het wegennet beter wordt, krijgt de trekschuit voor het vervoer van personen en goederen grote concurrentie van de diligence. De snelle uitbreiding van het railvervoersnet (trein en stoomtram) betekent omstreeks 1880 definitief het einde van de trekschuit, maar de beurtvaartdiensten blijven tot ver in de 20ste eeuw bestaan.
Trekschuit met passagiers, 17e eeuw
Ordonnantie veerdienst Den Haag-Delft, 1742












