De telefooncel
Als na 1881 de eerste telefoonnetten ontstaan zijn er nauwelijks openbare telefoons. Er bestaat ook geen behoefte aan, het aantal abonnees is daarvoor veel te klein. Als de telefoonnetten groeien en met elkaar worden verbonden verandert dat. De belangstelling voor de telefoon neemt dan snel toe. Wanneer men zelf geen telefoon heeft zijn er twee mogelijkheden, de spreekcellen, de 'officiële' openbare telefoon, en de telefoons in cafés, winkels of kiosken.
Spreekcellen
Spreekcellen zijn er eerst alleen op de spoorweg- en tramstations. Later komen ze ook in de grote postkantoren en in andere openbare gelegenheden. Bij bijzondere gelegenheden zoals de grote paarde-tentoonstelling op het Haagse Malieveld in 1903 worden zelfs tijdelijke 'telefooncellen' opgesteld.
Meestal is de spreekcel niet veel meer dan een geïmproviseerd houten hokje met een telefoontoestel. Omdat niet iedereen wil dat anderen kunnen horen wat hij of zij te zeggen heeft, wordt deze van binnen met allerlei geluiddempend materiaal bekleed. Een bezoek aan zo'n geluidsdichte spreekcel is niet altijd prettig, in 1908 schrijft het tijdschrift Het Leven:
...en we denken met een soort huivering aan de korte en, toch nog te lange oogenblikken, doorgebracht in allerlei hokjes, gekapitoneerd en bekleed met allerlei stoffen, als flanel en baai, enz., ware stofvangers, kwalijk riekend waarin men de aanwezigheid van op ons leven beluste bakteriën voelt...
Omdat men in die tijd nog niet veel begrip van hygiëne heeft, veel steden hebben zelfs nog geen waterleiding of riolering, is de angst van de schrijver beslist niet overdreven! Geen wonder dat er al snel complete telefooncellen worden aangeboden die wel schoon te houden zijn. Een voorbeeld daarvan is de Electra van de Amsterdamse firma Hertz. Er komen nu dus 'echte' telefooncellen in plaats van geïmproviseerde hokjes, maar het zal nog ruim twintig jaar duren voor er ook een telefooncel op straat verschijnt.
Niet populair!
Echt populair zijn de spreekcellen niet. Die in Amsterdam leveren, behalve in de Beurs en op het Centraal Station, nauwelijks iets op. Dat is niet zo vreemd, want een gesprek in zo'n cel is duur. Dat kost een kwartje, terwijl bij cafés en winkels voor een dubbeltje of vaak zelfs gratis gebeld kan worden. Dat laatste komt doordat alleen abonnementsgeld betaald hoeft te worden, daarvoor mag onbeperkt getelefoneerd worden.
Het grootste probleem van de spreekcellen en van het telefoneren bij een café, een kiosk of een winkel, is dat de telefoon geen 24 uur per dag beschikbaar is. Daarom wordt al in 1905 gesproken over de plaatsing van telefooncellen op straat. Door de hoge kosten van het ontwerp komt het daar voorlopig nog niet van.
Engels model
Als de gemeente in Amsterdam in 1896 het telefoonnet van de Nederlandsche Bell TelephooKouwebenencel, 1931 n Maatschappij overneemt, moet het rijk opnieuw een vergunning verlenen. Een van de voorwaarden is dat in de stad tenminste tien spreekcellen worden geplaatst. In 1896 komt de eerste daarvan, op het Centraal Station. Het volgende jaar komen er vijf cellen bij, onder andere in de 'Grote Koopmansbeurs' en op het station Weesperpoort. De eerste straatcel wordt in 1931 op het Valeriusplein geplaatst. De ontwerper lijkt geïnspireerd te zijn geweest door de populaire felrode Engelse telefooncel. Die kleur durft men niet aan, de cel wordt dan ook in een bescheiden beige geschilderd.
De 'kouwebenencel'
In datzelfde jaar, 1931, worden ook in Den Haag telefooncellen geplaatst. De cellen, die halve klapdeurtjes hebben krijgen al gauw de bijnaam 'kouwebenencel'. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de verplaatsingen, als de cel niet genoeg oplevert kan hij eenvoudig ergens anders worden neergezet. De 'kouwebenencel' wordt snel populair, in 1940 telt Den Haag al 131 van deze cellen! Na de Tweede Wereldoorlog wordt de cel vervangen door de gesloten telefooncel van Brinkman en Van der Vlugt. Toch blijft deze karakteristieke cel met klapdeurtjes nog lange tijd als alarmcel met als opschrift; Brand Alarm Politie, in het Haagse straatbeeld aanwezig.
Brinkman en Van der Vlugt
In 1931 krijgt het architectenkantoor Brinkman en Van der Vlugt van PTT de opdracht een telefooncel te ontwerpen. Dat een bureau met een sterke voorkeur voor functionaliteit zo'n opdracht krijgt is op zich al merkwaardig. De Nieuwe Zakelijkheid, een stijl binnen de beeldende kunst, is in die tijd nog niet doorgedrongen tot PTT. De telefooncel die Van der Vlugt ontwerpt doet nu nog modern aan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Engelse cellen uit dezelfde periode. Wat onmiddellijk opvalt zijn de grote ruiten. Hierdoor ontstaat het effect van 'glazen zuil', wat nog versterkt wordt door de zilvergrijze kleur. In mei 1932 wordt de eerste telefooncel van het nieuwe type op het Vreeburg in Utrecht geplaatst. Vanaf dat moment tot diep in de jaren tachtig zal deze cel het Nederlandse straatbeeld beheersen.
Vanaf 1965 verschijnt de '1100' cel. Deze telefooncel is ruimer van afmetingen en heeft volglazen ruiten. De kleur van de cellen gaat nu ook langzaam veranderen: van zilvergrijs via grijsgroen naar het bekende 'Telecomgroen'..
Vandalisme
De telefooncel is altijd een mikpunt geweest voor vandalen. Al in 1933 werd een cel in Utrecht zwaar beschadigd. Na 1970 neemt het aantal vernielingen sterk toe, tijdens de viering van oud en nieuw, worden telefooncellen soms compleet opgeblazen.
Na 1970 neemt ook het gebruik van de cellen af. Dat komt doordat steeds meer mensen zelf een aansluiting hebben genomen, de telefoon is nu doorgedrongen in alle lagen van de Nederlandse samenleving. Op grond van de slechte bedrijfsresultaten besluit PTT om het aantal telefooncellen drastisch te verminderen. Nieuwe cellen komen alleen op plaatsen waar ze rendabel zijn.
De driekante telefooncel
Het vandalisme is ook een aanleiding om te kijken of het niet mogelijk is een cel te ontwerpen, die minder gevoelig is voor beschadigingen. Het resultaat is de driehoekige of beter driekante cel die in 1983, en vanaf 1989 in definitieve vorm, in het straatbeeld verschijnt. Door de grote glasplaten is de cel wel gevoelig voor vandalisme. Bij vervanging van de ruiten door onbreekbare kunststoffen zoals lexaan, breekt de ruit niet maar wordt volledig uit de sponning geslagen of geschopt. De kunststoffen verkleuren bovendien en zijn niet krasvast. Voor plaatsing in overdekte ruimtes is een speciale driekante cel ontwikkeld, die gemakkelijk aan elkaar kan worden geschakeld.
Telefoonkaarten
De introductie in 1986 van de telefoonkaart in Nederland zorgt voor veranderingen binnen de telefooncellen. De aantrekkingskracht die de in de cel aanwezige munten uitoefenen op de dieven verdwijnt dan. Wie denkt dat alle vernielingen daarmee ook van de baan zijn komt bedrogen uit. In plaats van de vroegere geldbakjes worden nu door fanatieke verzamelaars van telefoonkaarten de afvalbak voor de gebruikte kaarten opengebroken!
Van telefoonzuil naar multifoon
Een nieuwe ontwikkeling wordt half jaren negentig ingezet met de introductie van de telefoonzuil van hetzelfde ontwerpbureau als de driekante telefooncel. Het is een open constructie. De zuil met een kaarttelefoontoestel is voorzien van een kap, bestaande uit een kunststof dak met ingegoten stalen versteviging en hardglazen zijruiten.
Sidonia
In 1995 volgt een revolutionair ontwerp, een slanke telefoonzuil die al snel de bijnaam 'Sidonia' krijgt. Het basisontwerp dat in de ontwerpprijzen valt zal daarna in verschillende vormen op straat en in overdekte ruimtes verschijnen: als telefoonzuil, als bron voor reisinformatie, internetzuil, of reserveringssysteem voor hotels. Het lijkt het einde in te luiden van de gesloten telefooncel.
Door het succes van het mobiele bellen worden ook veel conventionele telefooncellen onrendabel en zal het aantal cellen waar je alleen maar kunt bellen drastisch afnemen.
Door het succes van het mobiele bellen worden ook veel conventionele telefoon-cellen onrendabel en zal het aantal cellen waar je alleen maar kunt bellen drastisch afnemen.
Een nieuwe ontwikkeling is de multifunctionele communicatiezuil waarmee je naast telefoneren ook een e-mail kunt versturen of informatie opvragen via internet. Op dit moment worden op Schiphol proeven genomen met zo'n communicatiezuil, de Multifoon. Betaling kan via telefoonkaart, creditcard of chipkaart.

Spreekcel op station, 1910

Hertzcel, 1908

Publieke telefooncel, 1928
Amsterdam, 1931

De kouwebenencel, 1931

Brinkman en Van der Vlugt, 1932

Model '1100' cel, 1965

Driekante cel, 1983

Telefoonzuil

Sidonia

Multifoon












