De optische telegraaf komt tot bloei tijdens de Franse Revolutie. In 1794 verbindt Claude Chappe Parijs en Lille met optische telegrafen. Om de vijftien kilometer staan seintoestellen die met verrekijkers worden waargenomen.

De afstand van 220 kilometer tussen Parijs en Lille kan in dertien minuten overbrugd worden. Een koerier te paard doet daar minstens twintig uur over. De telegraaf van Chappe verspreidt zich over een groot deel van Europa en bereikt tijdens de Napoleontische tijd zelfs Amsterdam.

De elektrische telegraaf
In 1799 vervaardigt de Italiaan Volta de eerste elektrische batterij. Twintig jaar later ontdekt de Deense natuurkundige Oersted dat een elektrische stroom door een metalen draad een magnetisch veld veroorzaakt. Deze twee uitvindingen vormen de basis van de elektrische telecommunicatie.          

Tussen 1830 en 1840 lukt het diverse uitvinders in Europa vrijwel gelijktijdig

om naald- en wijzertelegrafen  te bouwen. Het beste toestel komt echter uit Ame-rika: in 1840 bouwt Samuel Morse een schrijftoestel dat een punt-streep code op een papierstrook krast.

Morsetoestellen worden inmiddels niet meer ge-bruikt, hoewel de morsecode nog lang is toegepast in de radiocom-municatie.

In 1852 wordt in Nederland de Rijkstele-graaf opgericht. Voor het eerst kan het publiek een 'telegrafisch berigt', later telegram genoemd, versturen. In het eerste jaar zijn er alleen in de vijf grote steden telegraafkantoren. Drie jaar later is het al mogelijk een telegram te versturen naar alle grote plaatsen in Nederland en zijn er ook verbindingen met het buitenland.

Telegrafie op kantoor: de telex
In 1919 wordt in Amerika een telegraaf-toestel uitgevonden, dat bijna net zo eenvoudig te bedienen is als een schrijfmachine. In Nederland wordt het toestel 'verreschrijver' genoemd. Het raakt echter bekend als de telex, afgeleid van de Engelse woorden TELetype (verreschrijver) en EXchange (centrale).

In 1933 komt er abonnee-telegrafie. Bedrijven die dagelijks veel telegrammen versturen kunnen dit nu zelf met de telex. De omweg via het telegraafkantoor is niet meer nodig.

De telefax
Al snel na de uitvinding van de telegraaf worden allerlei manieren bedacht om afbeeldingen over te brengen. Dat lukt ook wel, maar voor praktisch gebruik zijn deze beeldtelegrafen niet geschikt. Pas in de jaren twintig ontstaat er in Europa een netwerk waarover foto's worden verzonden.

Tot in de jaren zestig gebruiken hoofdzakelijk kranten, persbureaus en meteorologische instituten een fax om foto's of weerkaarten over te seinen. Pas in de jaren zeventig wordt de telefax (fax) zoals wij hem nu kennen populair. Nu is het apparaat eigenlijk niet meer uit een kantoor weg te denken.

 

 

 

 

 

De telefoon
In 1876 gepatenteerd op naam van Alexander Graham Bell. Tot voor enkele jaren geleden zijn de meeste telefoon-toestellen nog door middel van twee draadjes verbonden met de telefoon-centrale. In een draagbaar toestel is een kleine radiozender en ontvanger inge-bouwd, waarmee contact gemaakt wordt met de telefooncentrale.

In 1881 wordt in Amsterdam de eerste telefooncentrale van Nederland in gebruik genomen met 49 abonnees. Deze worden door een telefoniste doorverbonden. Zij maakt door middel van snoeren de tijdelijke verbinding. Door de snelle toename van het aantal telefoonabonnees en de stijging van het telefoonverkeer wordt in de jaren twintig van deze eeuw begonnen met de auto-matisering van het telefoonnet. De tele-foniste is dan niet meer nodig. In 1962 is de automatisering in Nederland voltooid.

Draagbare telefoons
De eerste proeven met telefoons inge-bouwd in een auto beginnen in de jaren dertig. Het zal echter tot 1978 duren voordat de toestellen een beetje hand-zaam en gemakkelijker in de bediening worden. Pas in 1990 verschijnen er toe-stellen die je in je tas of in je broekzak mee kunt nemen. Vier jaar later wordt in Nederland een nieuw mobiel netwerk in dienst gesteld: GSM. In het GSM-net wordt gebruik gemaakt van cryptografie (geheimschrift), het is daardoor niet of slechts heel moeilijk om de gesprekken af te luisteren. Inmiddels kan vrijwel iedere GSM-abonnee met zijn mobiele telefoon overal in Europa bellen of gebeld worden.

Communicatiesatellieten
Dankzij satellieten zijn vrijwel alle plekken op aarde telefonisch bereikbaar. Een satelliet is eigenlijk een soort spie-gel in de ruimte. Hij doet niets anders dan het opvangen, versterken en terug-sturen van radio-, televisie- of telefoon-signalen. Door hun hoge positie ten opzichte van het aardoppervlak hebben satellieten een enorm bereik. Zij kunnen elke antenne voor telefonie, radio en televisie bedienen die zich binnen hun gebied bevindt.Satellieten vormen boven-dien een ideale uitkijkpost voor meteoro-logische toepassingen, onderzoek van de aarde, spionage en positiebepaling van schepen of voertuigen.

In 1945 berekent de science-fiction schrijver Arthur C. Clarke dat je met drie satellieten op een hoogte van 36.000 kilometer vrijwel de gehele wereld kunt bestrijken.Vanaf de tweede helft van de jaren zestig wordt dit werkelijkheid.

Tegenwoordig is de aarde omgeven door een netwerk van communicatie-satellieten. De eerste communicatie-satelliet, Intelsat-I of Early Bird, wordt in 1965 gelanceerd. Deze satelliet heeft een capaciteit van 240 telefoongesprek-ken of één zwart-wit televisieprogramma. De internationale organisatie Intelsat ontwerpt momenteel een communicatie-platform in de ruimte dat in 2010 een capaciteit moet krijgen van vijf miljoen telefoongesprekken en honderden TV-kanalen.

 

 

 

 

AFBEELDINGEN

 

 

 

 

 

Terug naar collecties-overzicht >>