Postuniformen

Het vervoer van brieven is lange tijd een particuliere zaak geweest. Zo hadden vroegere vorsten hun eigen bodes en de kloosters kenden hun eigen bezorging van brieven. Vanaf de 12e eeuw ontstaat de eerste vorm van het georganiseerde postbedrijf. Na de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) worden de bodes vervangen door 'rijdende posten'. Tegelijkertijd ontwikkelt zich uit het ambt van bode de nieuwe functie van postmeester. Hij is degene, die in een stad het brievenvervoer regelt en het vervoer tussen de steden onderling uitbesteedt aan postiljons.
In 1752 worden alle particuliere postdiensten in het Gewest Holland en West Friesland onder één centraal gezag geplaatst. De postmeesters worden uitgekocht en de beambten komen in dienst van de overheid. Tegelijk worden de eerste stappen gezet om te komen tot een uniform voor de postiljons. In hun functie zijn zij het, die het meest herkenbaar zijn voor het grote publiek als representanten van de overheid.
Postiljonsuniform
De 18e eeuwse overheden hadden duidelijk belangstelling voor het uniform. Het Gewest Holland en West Friesland grepen de centralisering van het postwezen aan om hun gezag op deze wijze tot uitdrukking te laten komen. Bij resolutie van 5 januari 1754 werd uitgevaardigd:
Dat de uniforme rokken van de postillons sullen werden gemaakt van blauw laaken met roode voering van bay, met opslagen en kraag om den hals van rood laaken en met platte koopere knopen en op den rug het wapen van de provintie, het velt van geel laaken en de leeuw van rood laaken met een onderuithangende posthoorn van rood laaken en dat de broeken sullen sijn van geel leeder.
Nadere voorschriften
Met de komst van een nieuwe postwet in 1850 worden de uniformvoorschriften uitge-breider. Zo wordt een jas, rok of buis van blauw laken met rode kraag verplicht. Later dat jaar wordt de uniformkleding als volgt bepaald:
Een jas van donkerblaauw laken met rood uitgemonsterd, en met borduursel aan de kraag, benevens met eene rij koperen knoopen; Een ronde hoed van zwart verlakt leder, voorzien van eene oranje kokarde, en van voren met koperen schild, bevattende het Rijkswapen in eenen krans met posthoorn, en het onderschrift: Brievenposterij.
Dit uniform diende op eigen kosten te worden aangeschaft en onderhouden. Pas in 1879 wordt het uniform van de postbode van rijkswege verstrekt.
In 1865 blijkt dat aan de vastgestelde bepalingen nauwelijks gehoor is gegeven. Een nieuwe resolutie moet, naar de ogen van de overheid, deze 'misstand' herstellen.
De brievenbesteller wordt het volgend tenue voorgeschreven:
- een uniformjas met liggende kraag van donker grijs marengo laken en uitmonstering van amarant, voorzien van eene dubbele rij knoopen met het Koninklijk naamcijfer;
- een pet van hetzelfde laken en dezelfde uitmonstering als voren, voorzien van een gekroonde posthoorn.
- eene metalen nommerplaat met het rijks wapen, en het randschrift In de volgende jaren verschijnen regelmatig circulaires, die de invoering van het uniform verder moeten ondersteunen.
In de collectie van het Museum voor Communicatie is een exemplaar van elk nieuw uniform vanaf 1865 aanwezig.
Naar een rijksuniform
Ook andere postbeambten worden van een uniform voorzien. In de loop van de volgende decennia vinden kleine aanpassingen aan het tenue plaats, zoals voor de kraag en de pet. Verder wordt het dragen van de nummerplaat afgeschaft. Het postuniform demonstreert in deze periode de enigszins stijve opvattingen van de Nederlandse mannenkleding.
Een grote verandering doet zich voor na de instelling in 1924 van de Rijkskleding-commissie. Deze commissie richt zich op een meer economische wijze van vervaardiging, levering en verstrekking van alle rijksuniformen. Er wordt een uitvoerige inventarisatie verricht van alle bestaande uniformen. In die tijd waren er 30 rijksdiensten, 130 categorieën ambtenaren en ongeveer 16.000 uniformdragenden. Drijfveer van het onderzoek was een bezuiniging op de kosten, die werd gevonden in de unificatie van het overheidstenue en de toepassing van een meer economische snit. De kleding van de diverse diensten is vanaf dan identiek en voorzien van koperen knopen met rijkswapen. Alleen in details wordt onderscheid gemaakt. Zo krijgt het PTT-uniform een rode bies en wordt de pet voorzien van het PTT-insigne.
In de oorlogsjaren vindt door personeelsgebrek de indiensttreding van de vrouwelijke besteller plaats. Voor deze groep wordt ook een nieuw uniform geïntroduceerd. Het werd vervaardigd van voorraden stof, die eigenlijk bestemd waren voor het KNIL.
In 1963 wordt de laatste echte uniformkleding voor PTT uitgebracht. De kunstvezel doet dan zijn intrede en het uniform krijgt knopen met het gestileerde PTT-logo. In de jaren zeventig vervalt voor bepaalde groepen de verplichting van het dragen van een uniform. Slechts de ambtenaren, die direct met het publiek in contact komen, blijven uniformdragend. Het is duidelijk dat in die tijd het uniform zijn 'stralenkrans' verliest.
Een nieuwe lijn
In 1982 is de situatie geheel veranderd. PTT komt dan, in het kader van een andere huisstijl, met nieuwe bedrijfskleding, zoals de term nu luidt. Het personeel is bij de totstandkoming betrokken. Dit leidt tot vlotte en gemakkelijk te dragen kleding met veel keuzemogelijkheden. De toegepaste kleuren blijven nog in de 'rustige' tinten van blauw en grijs. In 1987 wordt in de nieuwe kledinglijn bij PTT Post voorzichtig de kleur rood geïntroduceerd, onder meer voor truien en pullovers.
De grote verandering vindt plaats wanneer PTT per 1 januari 1989 verzelfstandigt. De modeontwerper Clemens Rameckers ontwerpt bedrijfskleding voor de medewerkers van de postkantoren, die in deze periode een nieuwe huisstijl krijgen aangemeten. Enkele jaren later volgen de andere bedrijfsonderdelen van PTT Post. Soepele stoffen, sportieve modellen in moderne sprekende kleuren, die bovendien afgestemd zijn op bedrijfsonderdelen, domineren het kledingpakket.
Begin jaren negentig ontstaat in het bedrijfsleven een tendens om het bedrijfsimago ook door bedrijfskleding uit te dragen. Het vroegere postuniform heeft daarmee een nieuwe inhoud en een ware face-lift gekregen. Het ontwerp van Rameckers gaat een tijdlang ongewijzigd mee. In mei 2002 wordt aan de bestaande kleding een zomerlijn toegevoegd door het ontwerpbureau Ravage van Rameckers en Geuns. Hierin zitten onder meer kleurige blokjes shirts en een afritsbare broek waarmee de door postbodes al langer gewenste korte broek eindelijk in het kledingpakket komt. Tegelijk vindt ook de invoer van de gewijzigde naam van PTT Post in TPG Post plaats in de lopende lijn. Er verschijnt een iets gewijzigd logo op de kleding. Pas met de volgende naamswijziging van het bedrijf van TPG Post naar TNT Post in oktober 2006 wordt er weer een nieuwe kledinglijn ontworpen. Deze is voor een deel gestoeld op de bestaande huisstijl van TNT in oranje en zwart met combinatie van wit en lichtgrijs. De lijn wordt ontworpen door Astrid Ras. Naast de zomer- en wintercollectie is er ook een sportieve collectie opgenomen.
Overigens zijn door de gedeeltelijke liberalisering van de Nederlandse postmarkt de laatste jaren ook ander spelers in de branche werkzaam. Een aantal van die nieuwe postbedrijven hanteren ook een eigen huisstijl met daarin passend een lijn voor bedrijfskleding. Zo kiest Sandd in zijn kledinglijn voor de kleur blauw met roze details en Selectmail voor geel met grijze accenten. De uitbreiding van de postmarkt met een aantal bedrijven maakt de postmarkt complexer, maar dus ook in meerdere opzichten kleurrijker!
Bronnen:
- ir. R.E.J. Weber, Nederlandsche postuniformen, Den Haag 1946, p. 19
- Circulaire, 1850, nr. 414 en 430, 1865, nr. 644
- Verslag van de Kleedingcommissie, ingesteld in 1924. (Rijkskledingbesluit)
- Catalogus PTT bedrijfskleding, mei 1982
Postiljonsuniform (replica)
Mantelpakje vrouwelijke besteller, 1954













