De naaldtelegraaf

De introductie van de telegrafie werd in de eerste helft van de 19e eeuw gestimu-leerd vanuit verschillende hoeken zoals spoorwegen, het leger, de handel en de persbureaus. De efficiëntie en ook de veiligheid van de spoorwegen werden er enorm door geholpen. Vanaf dat moment konden eenvoudige boodschappen overgeseind worden tussen de spoorwegstations en seinhuisjes.

In 1820 ontdekte Hans Christan Oerstedt de werking van elektrische stroom op een magneetnaald. De Duitser C.A. Steinheil legde in 1837 als een van de eerste een telegraaflijn aan over 5,5 km tussen München en Bogenhausen, waarbij letters en cijfers werden gecodeerd door opeenvolgende uitwijkingen naar links of rechts van één magneetnaald. In hetzelfde jaar krijgen in Engeland William Cooke en Charles Wheatstone octrooi op een telegraaf met vijf naalden In 1838 openen zij een telegraafverbinding tussen de spoorwegstations van de Great Western Railway nabij Londen. In de jaren daarna worden eenvoudiger telegraaftoestellen ontwikkeld met één of twee naalden.

In Nederland zijn de naaldtelegraaftoestellen niet toegepast. In 1845 kwam de eerste telegraaflijn tot stand dankzij het particulier initiatief van Eduard Wenckebach. Hij legde die eerste telegraaflijn aan langs de op dat moment zes jaar bestaande spoorlijn Amsterdam-Haarlem. De apparatuur die daarbij gebruikt werd worden wijzertelegrafen genoemd.

 

 

 

Een bijzonder object in de collectie van het Museum voor Communicatie is de Single Needle Telegraph. Dit telegraaf-toestel is gebruikt door Engelse spoor-wegen op het Londense station King's Cross. Naaldtelegrafen zijn tot de jaren zeventig van de 20e eeuw op dit station gebruikt.