Mobiele
communicatie
Na de eerste experimenten met mobiele telefonie in de jaren dertig liggen de ont-wikkelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) vrijwel stil. Bijna alle apparatuur is door de Duitse bezetter in beslag genomen en afgevoerd. Het Radio-laboratorium van PTT gaat echter op kleine schaal verder met experimenten. Het geeft daarmee een aanzet om, na afloop van de oorlog, een nieuw mobilofoonnet op te zetten.
Om de schade aan het telefoonnet na de oorlog zo snel mogelijk te kunnen herstellen besluit de regering in Londen een aantal (militaire) zend-ontvangers van de Amerikaanse fabrikant Link aan te kopen. Direct na de bevrijding wordt de Link-apparatuur ingezet bij het dijkherstel op het eiland Walcheren. Apparatuur wordt o.a. geplaatst op zandzuigers voor de kust. De goede kwaliteit van het mobiele noodnet blijkt uit een rapportage van 11 juli 1945 aan de chef van de Radio Controledienst:
... De verstaanbaarheid van de verbindingen is behoorlijk en de bediening zeer eenvoudig. Als bijzonderheid hiervan zij vermeld, dat de cantinejuffrouw van de keet te Vrouwenpolder, een Zeeuwsch meisje, dat nog nooit getelefoneerd had, een vlot gesprek voerde met de telefoonjuffrouw van de maatschappij.
(Maatschappij Uitvoering Zuiderzeewerken)
Halverwege oktober 1945 zijn er in Nederland ongeveer 38 kleine radiotelefonie-netten of verbindingen in dienst met twee of meer zend-ontvangers, afstanden overbruggend van 6 tot 82 km. Een telefoniste bemiddeld bij het opbouwen van de verbinding. Rond diezelfde tijd komen er ook weer zend-ontvangers beschikbaar voor gebruik in kleine gesloten netten, zoals die van brandweer en politie. De apparatuur wordt in de kofferbak van de auto gemonteerd en het bedieningspaneel, de luidspreker en de microfoon onder het dashboard.
Het Openbaar Landelijk Net
De introductie van het nieuwe communicatiemiddel wordt met verve ter hand genomen. Tijdens de brandweertentoonstelling van 1948, in de Haagse Houtrusthallen, is ook PTT vertegenwoordigd. In de stand is een telextoestel neergezet, waarop alle brandmeldingen in ons land binnenkomen. Bij elke brandmelding in de Haagse regio spoedt een auto van de mobilofoondienst zich naar de plek des onheils om verslag te doen aan de bezoekers van de tentoonstelling, zo ook op 18 mei als er brand uitbreekt in het Koninklijk Paleis aan het Noordeinde.
Op de eerste rij bij het paleis staat de met mobilofoon uitgeruste auto van een van de mensen van het PTT Radiolaboratorium. Zijn ooggetuige verslag wordt niet alleen doorgegeven aan de bezoekers in de Houtrusthallen, het `hot news' komt ook terecht in de Hilversumse radiostudio. Het verslag wordt opgenomen en later via de radio uitgezonden.
Ontwikkeling mobilofoonnet
De populariteit van de mobilofoon neemt snel toe en ook taxibedrijven zien door deze nieuwe vinding het aantal `lege' kilometers dalen. Tot die tijd maken taxi's allemaal gebruik van zogenaamde gesloten netten, waarbij één basisstation één of meerdere voertuigen in een beperkt gebied bedient. Als gevolg van de groeiende belangstelling plaatst PTT bij de NSF een bestelling voor een nieuw type zend-ontvanger, de SRR 192. Dit toestel gaat samen met de betrouwbare Link-basisstations de basis vormen voor het latere landelijke mobilofoonnet.
In 1948 wordt een begin gemaakt met de bouw van een Openbaar Landelijk Net (OLN). Er worden basisstations geplaatst die een gebied met een straal van circa 25 km zullen bestrijken. Het wordt nu op eenvoudige wijze mogelijk om vanaf elk telefoontoestel, via een telefoniste, een vaar- of voertuig waar ook in Nederland op te roepen. Degene die een gesprek aanvraagt moet echter wél ongeveer weten waar `de mobiel' zich bevindt. De eerste aansluiting op het Openbaar Landelijk Net (OLN) wordt op 14 april 1949 in dienst gesteld.
De watersnoodramp
Het belang van de mobilofoon wordt pas echt duidelijk tijdens de watersnoodramp in februari 1953. Een groot deel van de kabels en bovengrondse telefoonlijnen gaat verloren en grote delen van Zeeland worden onbereikbaar. Op korte termijn wordt alle beschikbare apparatuur van de mobilofoondienst ingezet. Binnen 10 dagen zijn er 35 mobilofoons beschikbaar die werken via de basisstations Rotterdam en Goes. Maar het intensieve telefoonverkeer tussen de hulpverleners maakt de capaciteit al snel ontoereikend. In allerijl wordt er bij Goes een tweede basisstation ingericht.
In 1953 ontstaat de eerste wachtlijst voor abonnees. Door de toenemende belangstelling voor mobiel radioverkeer wordt het aantal radiokanalen tussen 1953 en 1955 uitgebreid van 2 naar 8. Het aantal basisstations neemt toe tot 36 en er wordt een nieuw model mobilofoon geïntroduceerd de SRR 296.
De wachtlijst voor abonnees wordt hierna voor korte tijd ingelopen. Door de in 1958 van regeringswege opgelegde bestedingsbeperking, die vooral overheidsuitgaven terugdringt, groeit de wachtlijst echter opnieuw.Een laatste uitbreiding vindt plaats in het begin van de jaren zeventig wanneer het aantal spraakkanalen fors wordt uitgebreid en de mobilofoons worden voorzien van een zogenaamd toonslot, waardoor abonnees in het vervolg selectief kunnen worden opgeroepen. Het maakt het gebruik een stuk gebruiksvriendelijker.
Tot die tijd was het nog steeds een geheel open systeem, waardoor abonnees de hele dag geconfronteerd werden met gesprekken die niet voor hen bestemd waren. Dankzij het toonslot, een soort keuzeschakelaar, kan de luidspreker nu worden uitgezet. Als de telefoniste een gesprek heeft voor één van de mobielen, wordt de oproep voorafgegaan door een openingstoon, waarmee de luidspreker ingeschakeld wordt.
Het landelijk mobilofoonnet dat inmiddels een groei doorgemaakt heeft van 300 in 1956 tot 2600 abonnees in het topjaar 1978 heeft echter nog steeds een aantal nadelen. Ten eerste gaat het om zogenaamd simplex verkeer, waardoor de gesprekspartners alleen om beurten kunnen spreken. Daarnaast is er een telefoniste nodig voor de verbindingsopbouw én moet de beller op 25 kilometer nauwkeurig weten waar degene die hij wil spreken zich bevindt. Deze nadelen zijn er mede oorzaak van dat in maart 1980 een nieuw, automatisch, landelijk werkend autotelefoonnet in dienst wordt genomen.

Philips mobilofoon SRR 192 uit 1949

Brand in het paleis Noordeinde, 1948

Link, zend-ontvanger, 1943

Mobilofoontype Comet, 1973












