Bovengrondse lijnen
Tot het begin van deze eeuw is de bovengrondse lijn, vaak 'luchtlijn' genoemd,
hèt middel om telefoon- en telegraafverbindingen tot stand te brengen. De boven-grondse lijnen bestaan uit metalen draden gespannen tussen palen. In steden worden in plaats van palen meestal zeer grote metalen constructies, de zoge-naamde dakstellingen, toegepast. Het gebruik van bovengrondse lijnen lag voor
de hand. Het benodigde metaaldraad is makkelijk verkrijgbaar. De dikke draden hebben een lage elektrische weerstand waardoor grote afstanden overbrugd kunnen worden. Met porseleinen isolatoren kunnen de lijnen op simpele wijze worden geïsoleerd. Controle op draadbreuk is eenvoudig. Daarnaast kon de aanleg van het telefoonnet worden uitbesteed aan glazenwassers, die reeds
het gereedschap en de ervaring hebben.
IJzel
Tegenover de voordelen van boven-grondse lijnen staan ook nadelen. De verbinding is zeer kwetsbaar. Stormen en onweersbuien vernielen regelmatig lijnen en palen. In de winter worden de draden door ijzelvorming soms zo zwaar dat de palen spontaan afknappen. Maar ook mensen kunnen het berichten-verkeer behoorlijk hinderen zoals uit een jaarverslag van de Telegraaf blijkt:
Een persoon, die in de maand Augustus 1864, onder Wadenoijen en Geldermalsen, de twee draden der telegraaflijn op vijf plaatsen met bosjes stroo aaneenbond, is door de rechter tot gevangenisstraf van eene maand, eene boete van fl. 50,- en de kosten van het rechtsgeding veroordeeld.
Bovengrondse lijnen zijn ook gevoelig voor andere storingen. De palen staan vaak langs een spoorlijn. Zolang de spoorwegen gebruik maken van stoom-locomotieven is er niets aan de hand, maar dat verandert als delen van het traject elektrisch worden. De elektro-motoren van de locomotieven storen de telefoon- en telegraaf-verbindingen. Waar de draden de bovenleiding kruisen bestaat bovendien het gevaar dat de telefoonlijn (en daardoor ook de abon-nees) bij een draadbreuk onder een hoogspanning komt te staan. Hetzelfde gevaar dreigt in de stad als boven-grondse lijnen de bovenleiding van de elektrische tram kruisen.Een ander nadeel van de bovengrondse lijnen is dat de draden duur zijn. De goedkoopste vorm draad bestaat uit een staaldraad, voorzien van een dunne laag zink tegen het roesten. Voor lange af-standen moet het veel duurdere koper-draad worden gebruikt. De telegraaflijn tussen Amsterdam en Parijs heeft een diameter van 5 millimeter, en weegt in totaal 178.500 kilogram !
Horizonvervuiling
De eerste decennia van de vorige eeuw groeit het aantal telefoon-abonnees en daarmee ook het aantal bovengrondse lijnen. Zijn er in 1910 nog 59.000 Neder-landers met telefoon, in 1930 is dat aan-tal bijna verviervoudigd. Er moeten steeds meer draden aan de palen opge-hangen worden. Houten palen kunnen dat gewicht niet meer dragen en worden vervangen door ijzeren. In de steden nemen de dakstellingen en de kooipalen geweldige afmetingen aan. Tegen het einde van de 19e eeuw gaat de boven-grondse lijn het stadsbeeld steeds ingrijpender beheersen.
Spoedig komt er van uit de burgerij verzet tegen deze vorm van 'horizonvervuiling'. Op 30 juni 1881, nauwelijks 25 dagen na de start van het telefoonnet in Amster-dam, verschijnt een ingezonden stuk in het Algemeen Handelsblad waarin een lans wordt gebroken voor ondergrondse leidingen of ijzeren palen:
Sierlijke ijzeren palen zouden allicht minder misstaan dan de wanstaltige houten gevaren op de daken, en het niet denkbeeldige gevaar van onverwachte guillotinering of verplettering ware ontweken.
Guttapercha
In 1877 lukt het een Duitse firma om een betrouwbare grondkabel met 7 draden - de kabeladers of aders - van natuur-rubber of guttapercha te maken. Lang- zamerhand gaat men eerst in de steden en daarna op het platteland, de boven-grondse leidingen vervangen door kabels. Rond 1940 is dat proces voor bijna alle interlokale verbindingen vol-tooid. De bovengrondse lijn blijft echter tot diep in de jaren zestig in gebruik op het platteland.
In 1987 komt de luchtlijn zelfs weer terug. In dat jaar wordt in Zwolle een glasvezel-kabel gespannen boven de hoogspan-ningslijnen van het energiebedrijf IJssel-mij.














