Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden door de Amerikanen een aantal Choctaw indianen ingezet voor het telefonisch overbrengen van berichten. Hun taal is slechts door een handjevol Europeanen te begrijpen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog worden indianen ingezet voor communicatie via radiotelefonie.

 

De gangbare codes, bedoeld voor tekst, zijn natuurlijk minder geschikt voor spraak. Een gesprek zou dan eerst moeten worden opgeschreven, gecodeerd in onbegrijpelijke woorden en weer gedecodeerd. In de loop van de tijd worden, bijvoorbeeld om het afluisteren van radio-telefoongesprekken te voorkomen, verschillende methodes gebruikt. Die komen er allemaal op neer dat de spraak onherkenbaar wordt vervormd. Gebruikte technieken zijn bandomkering, bandverschuiving, scrambling en digitale codering.

Spraakversluiering
Op 7 januari 1929 wordt de radiotelefonieverbinding met Nederlands Indië geopend. Voor de bezitters van een gevoelige radio-ontvanger is het mogelijk om op de kortegolf mee te luisteren met de gesprekken. Voor particulieren die af en toe intieme familie-aangelegenheden te bespreken hebben, een minder prettige gedachte. Maar ook voor zaken-mensen die hun handelstransacties liever niet aan de grote klok hangen is het een bezwaar.

 

 

 

Het Radiolaboratorium van PTT ontwik-kelde daarom een methode waardoor de spraak onverstaanbaar wordt voor de radioluisteraar. Met ingang van 19 okto-ber 1931 worden de gesprekken afge-wikkeld via een geheimtelefonie-installatie. Het gesproken woord wordt 'omgekeerd'. De hoge tonen worden omgezet in lage tonen en andersom. Aan de ontvangende kant wordt de omkering weer ongedaan gemaakt. Het principe van bandomkering of bandverschuiving wordt tot in de jaren zeventig gebruikt.

Cryptofoons en scramblers
In de jaren vijftig neemt het particulier gebruik van radiotelefonie toe (de mobilofoon). De vraag naar spraakversluiering, het onherkenbaar maken van de spraak voor meeluisteraars, stijgt eveneens. Aanvankelijk brengt de scramble-apparatuur uitkomst. Het signaal wordt hierdoor zodanig vervormd dat een piepend geluid overblijft, die aan de ontvangstzijde weer gedecodeerd moet worden. Maar ook voor de scannerluisteraar is deze apparatuur na enkele jaren voorhanden.

Zodra het mogelijk is om geluid te digitaliseren, wordt spraak met behulp van geavanceerde computers gecodeerd. Een 'sprekend' voorbeeld hiervan is het mobiele GSM-net dat in tegenstelling tot de oudere autotelefoonnetten, vrijwel niet afgeluisterd kan worden.

 

Militaire cryptofoon, Spendex 40, ca.1980

 

Cryptofoon, BBC 1100, 1986